overzicht

In 2018 wordt het einde van de Groote Oorlog herdacht. Ook Flagey, Brussels Philharmonic en het Vlaams Radio Koor blikken voor de gelegenheid terug met enkele composities die herinneren aan de gruwelijkheden van weleer. Centraal staat de wereldcreatie van de orkestliederen Songs for the Crossing (Liederen voor de Overtocht) van de Belgische componist Jeroen D’hoe (°1968), op tekst van auteur Stefan Hertmans (°1951). Het werk is tegelijk een herdenking van die Eerste Wereldoorlog én een stilstaan bij de strijd die nog dagelijks vele mensenlevens tekent.

Ongeveer een eeuw geleden componeerde Claude Debussy (1862-1918) de suite voor twee piano’s En blanc et Noir. Hij benadrukte dat het werk geen commentaar was op de Eerste Wereldoorlog, maar uit zijn brieven in die periode blijkt dat de vreselijke gebeurtenissen zijn werk meer beïnvloedden dan hij wilde toegeven. In het tweede deel – opgedragen aan zijn vriend Jacques Charlot die sneuvelde tijdens WOI – zijn het militaire gedrum en trompetgeschal niet veraf. Ook La Valse van Maurice Ravel (1875-1937) toont sporen van de trauma’s en het geweld uit die oorlogsjaren. Hij omschreef zijn compositie als “un tournoiement fantastique et fatal” en ontwierp het als een choreografisch gedicht, “als een soort apotheose van de Weense wals, in mijn geest vermengd met een grillige en fatale werveling. Ik heb me die wals voorgesteld in het kader van een keizerlijk paleis, omstreeks 1855.” Afsluiten doen we met een hoopvolle boodschap in het koorwerk The Time has Come van de hedendaagse Letse componist Ēriks Ešenvalds (°1977), gebaseerd op de inauguratiespeech van Nelson Mandela uit 1994.

Een actuele herdenking

Het is niet de eerste keer dat Jeroen D’hoe en het Brussels Philharmonic samenwerken. Eerder componeerde hij voor het orkest al het oratorium Wij zijn wij, een Festival Anthem, een Vioolconcerto en zijn Symfonie nr. 1. Ditmaal was het Gilles Ledure, algemeen directeur van Flagey, die orkest en koor samenbracht met de componist. En met schrijver Stefan Hertmans. De aanleiding daarvoor was diens alom geprezen boek Oorlog en Terpentijn uit 2013, waarin Hertmans het leven van zijn grootvader voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog verhaalt aan de hand van zijn oorlogsmemoires. Het werd het vertrekpunt voor een nieuwe compositie tijdens het laatste herdenkingsjaar van WOI.

“Stefan heeft op basis van zijn boek vier gedichten geschreven waarin hij enkele oorlogsscènes tot leven brengt. Deze teksten vormden de basis voor vier liederen uit de compositie. Maar tijdens ons gesprek kwam ook de huidige migratieproblematiek ter sprake, een onderwerp dat zowel Stefan als ik graag wilden aansnijden. Zo kwamen we tot een tweeluik, waarin we de beruchte oversteek van de IJzer destijds koppelen aan de oversteek van de Middellandse Zee door vluchtelingen van vandaag. We wilden bewust geen ‘stoffige’ kroniek: dit werk is tegelijkertijd een herdenking én een actualisering.””
- jeroen d'hoe

Die wens om de Groote Oorlog vanuit een actueel perspectief te benaderen, uit zich ook in de opbouw van de compositie. De luisteraar wordt vanaf de eerste noot meegetrokken in het verhaal. Hij zit als het ware zelf mee in een bootje op de Middellandse Zee, naast een moeder en haar dochter die hun situatie overschouwen. Het geweld ligt achter hen; voor hen opent zich dan weer een onzekere toekomst. Ook het tweede lied brengt een tafereel dat we tot voor kort dagelijks in de media zagen verschijnen, namelijk dat van een man die gestrand is in een Grieks vluchtelingenkamp. Pas daarna volgen de vier liederen over de Eerste Wereldoorlog.

Vier grote notitieboeken vol ideeën en aantekeningen verzamelde D’hoe sinds die eerste samenkomst in de zomer van 2015. Een omvangrijk werk als Songs of the Crossing komt dan ook niet in een-twee-drie tot stand: “Ik vergelijk het componeren vaak met een Zwitsers horloge. Het vergt eenzelfde geduld en precisie om alle puzzelstukjes uiteindelijk op hun plaats te krijgen. In de eerste plaats heb ik veel tijd doorgebracht met Stefan om samen de gedichten door te nemen en de betekenis achter elk woord te achterhalen. We vonden het allebei belangrijk om een extra betekenislaag aan de gedichten toe te voegen. Zo kan een bepaalde passage in het gedicht idyllisch of vredig ogen, terwijl de muziek intussen al een andere sfeer aankondigt, of omgekeerd. Ik heb ook een soort pilootversie gemaakt in de vorm van een liedcyclus voor sopraan en piano, die ik ongeveer een jaar voor de creatie gepresenteerd heb aan het hele team dat aan dit project meewerkte. Zoiets is heel belangrijk, want je krijgt veel feedback, van muzikale ideeën tot de promotie van het project toe.

“Daarnaast heb ik ook veel muziek beluisterd die de problematiek behandelt. De orkestliederen van Mahler natuurlijk, om hun ernst en dramatiek. Of het War Requiem van Britten, een werk dat ik al ken sinds mijn jeugd maar dat ik nu met heel andere oren en ogen bestudeerd heb. Een cd die me heel erg geïnspireerd heeft is Behind the Lines van de Oostenrijkse sopraan Anna Prohaska. Ze verzamelde een hele reeks liederen van heel verschillende componisten, allemaal rond het oorlogsthema. Het werk van Roger Quilter was voor mij een ware ontdekking, waardoor ik verder ben gaan grasduinen in dat repertoire. Ook heel inspirerend omwille van de klankervaring en de vrijheid binnen de orkestpartijen was het hedendaagse werk Let me Tell you van Hans Abrahamsen. Op aanraden van Stefan ben ik ook naar West-Vlaanderen getrokken. In zijn hoofd moest de muziek het weidse en het grootse van het landschap weergeven. Voor mij was fysiek in dat landschap staan heel belangrijk om de emotie tastbaar te kunnen maken. Ik heb er veel foto’s genomen, zowel overdag als ’s avonds, die ik tijdens het componeren vaak voor me heb gehouden. Ik heb geprobeerd om het desolate van dat landschap te benaderen door bijvoorbeeld in de instrumentatie weinig tot geen instrumenten in het middenregister te gebruiken.”
- jeroen d'hoe

Over angst en hoop

Hoewel er tussen de verhalen in het tweeluik een eeuw is vergaan, zorgde D’hoe voor een duidelijke muzikale eenheid. “Of het nu om de oorlog van honderd jaar geleden gaat of die van vandaag in Syrië, ik vond het belangrijk om het uiterst grimmige van beide situaties weer te geven. Angst en verdrukking vormen een prominente ondertoon. Maar tegelijkertijd wilde ik daar een dimensie aan toevoegen en de hoop van mensen die vechten voor een beter leven proberen te verklanken. Muzikaal uit zich dat onder andere in dissonante, dense klanktexturen en lage klankregisters voor de dramatische passages, en open sonoriteiten in de meer hoopvolle momenten. In het lied over de moeder en dochter hoor je bijvoorbeeld het idyllische van de Middellandse Zee in een welluidend, consonant ostinaat. Maar stilaan gaan enkele stemmen hiermee wrijven en ontstaat een bevreemdend gevoel. Je kan het vergelijken met een schilderij van Michaël Borremans, waarin alles er ogenschijnlijk mooi en perfect uitziet. Je wordt bijna betoverd door de finesse waarmee alles geschilderd is, maar toch zijn er allerlei kleine dingen die niet kloppen, zoals donkere plekken of een gezicht dat wegkijkt.”

Extra bijzonder aan de uitvoering is de opstelling van het koor, dat in ware surround-stijl vanop de zijbalkons in Flagey zal zingen. Ook twee duo’s koper- en houtblazers staan off-stage opgesteld en spelen als een kwartet los van het orkest. Geïnspireerd op de praktijken uit het 16de-eeuwse Venetië, zou deze positionering moeten bijdragen tot een diepere beleving. “Het koor heeft doorheen de liedcyclus verschillende functies: soms treedt het op als een actieve participant, soms als het geweten van een groep vluchtelingen of soldaten, en soms als een beschouwende commentator. Ik hoop dat de opstelling ertoe bijdraagt dat het koor als een innerlijke stem van de toeschouwer gaat klinken.”

Songs for the Crossing is een evocatief en expressief werk waarin zowel neo-tonale invloeden als modernistische effecten verwerkt zijn. Dat evenwicht tussen vernieuwing en traditie is een constante in het repertoire van D’hoe: “Ik vind het belangrijk dat een nieuw werk toegankelijk is voor een publiek, er wordt te vaak over het hoofd van het publiek geschreven. Een nieuwe compositie moet meteen aanspreken, ook al mag het best wat wrijven, bevreemden en vragen oproepen. In mijn muziek probeer ik die balans na te streven, mijn artistieke ei te leggen zonder het publiek af te schrikken. Af en toe mag de toeschouwer wel even overdonderd worden. Net zoals je in het boek van Stefan door een zware veldslag moet, maar daarna weer even op adem kan komen.”

Toelichting en interview door Aurélie Walschaert